Logo Geo-ingenieurs, specialist in Plaxis en geotechniek

Monitoring bij geotechnische werkzaamheden

Monitoring voor veilige uitvoering en aantoonbare risicobeheersing

Geotechnische werkzaamheden kunnen leiden tot zettingen, vervormingen, trillingen en veranderingen in grondwaterstanden. Monitoring is het systematisch meten, interpreteren en beheersen van deze effecten tijdens uitvoering, zodat risico’s tijdig worden herkend en de bouwwerkzaamheden bijgestuurd kunnen worden.

Geo-ingenieurs koppelt monitoring aan vooraf uitgevoerde voorspellingen, scenario’s en toetscriteria. Daarmee vormt monitoring geen los meettraject, maar een integraal onderdeel van geotechnisch ontwerp en risicobeheersing. 

Wij ondersteunen aannemers, ingenieursbureaus en overheden bij projecten in binnenstedelijke omgeving, langs infrastructuur en in waterbouwkundige projecten in Nederland en België.

Tijdens de uitvoering van geotechnische werkzaamheden is monitoring essentieel om afwijkingen tussen berekeningen en metingen vroegtijdig te signaleren en risico’s beheersbaar te houden.

  • Toetsbare monitoring tijdens uitvoering: metingen van zettingen, vervormingen, trillingen en grondwaterstanden, gekoppeld aan signalerings-, interventie- en grenswaarden
  • Integraal met berekeningen en scenario’s: meetdata wordt direct geïnterpreteerd ten opzichte van voorspellingen, bandbreedtes en maatgevende uitvoeringsfasen
  • Praktisch, helder en vergunningsgeschikt monitoringplan (meetplan), rapportage en bijstuurstrategie voor aannemer, opdrachtgever en bevoegd gezag

Wat is geotechnische monitoring?

Geotechnische monitoring is het meten en interpreteren van verplaatsingen, zettingen, trillingen en grondwaterstanden tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Het doel is het toetsen van voorspellingen, het bewaken van grenswaarden en het tijdig signaleren van afwijkingen ten opzichte van maatgevende scenario’s.

Monitoring richt zich niet alleen op het registreren van metingen, maar vooral op de koppeling tussen metingen, aannames, berekeningen en beslismomenten in de uitvoering. Geotechnische monitoring wordt ook wel zettingsmonitoring, deformatiemonitoring of omgevingsmonitoring genoemd, afhankelijk van het doel.

Wanneer is monitoring relevant?

Monitoring is noodzakelijk bij:

  • Werkzaamheden in bebouwde of omgevingsgevoelige gebieden
  • Projecten met strenge vervormings-, zettings- of trillingsgrenswaarden
  • Vergunningstrajecten met monitoring- of rapportageverplichtingen
  • Projecten met grote onzekerheden in ondergrond, uitvoering of fasering
  • Situaties waarin bijsturing tijdens uitvoering mogelijk of vereist is

In deze situaties is monitoring essentieel om risico’s beheersbaar en aantoonbaar te houden.

Typische situaties

Typische situaties zijn ophogingen op slappe ondergrond, binnenstedelijke bouwputten, ontgravingen naast bestaande funderingen, bemalingen, kerende constructies en werkzaamheden nabij infrastructuur of kabels en leidingen, waarbij afwijkingen tijdens uitvoering directe gevolgen kunnen hebben voor veiligheid, schade en voortgang.

Typische vragen bij monitoring

In projecten met monitoring komen vaak de volgende vragen terug:

  • Welke parameters moeten worden gemonitord en waarom?
  • Welke signaleringswaarden, interventiewaarden en grenswaarden zijn passend?
  • Hoe interpreteren we meetdata ten opzichte van voorspellingen en scenario’s?
  • Wanneer is bijsturing nodig en welke maatregelen zijn effectief?
  • Hoe borgen we dat monitoring geschikt is voor vergunning en review?

Wij vertalen deze vragen naar een helder en toetsbaar monitoringskader.

Wilt u een toetsbaar monitoringplan met signaleringswaarden, interventiewaarden en grenswaarden? Vraag een inhoudelijke quickscan aan.

Wat wordt gemonitord?

Afhankelijk van het project monitoren wij onder andere:

  • Zettingen en vervormingen van maaiveld en belendingen
  • Horizontale verplaatsingen en deformaties van constructies en grond
  • Grondwaterstanden en waterdrukken
  • Trillingswaarden tijdens uitvoering
  • Relatieve bewegingen tussen objecten

De keuze van meetparameters sluit altijd aan op de maatgevende risico’s en scenario’s uit de geotechnische analyse.

Monitoringinstrumenten en monitoringplan (meetplan)

Binnen een monitoringplan wordt vastgelegd welke instrumenten worden ingezet, waar deze worden geplaatst en hoe meetgegevens worden geïnterpreteerd. De keuze van meetmiddelen sluit altijd aan op de maatgevende risico’s, grenswaarden en scenario’s uit de geotechnische analyse. Afhankelijk van het project worden onder andere de volgende monitoringinstrumenten toegepast:

  • Zettingsmonitoring via waterpassing of prisma’s, voor het volgen van verticale verplaatsingen van maaiveld, belendingen en constructies
  • Inclinometingen voor het meten van horizontale verplaatsingen en vervormingen in de ondergrond of bij kerende constructies
  • Peilbuizen en piezometers voor het monitoren van grondwaterstanden en poriedrukken tijdens bemaling of ontgraving
  • Trillingsmonitoring (mm/s en frequentie in Hz) bij hei-, tril- of drukwerkzaamheden
  • Scheurmeters en tiltmeters voor het volgen van scheurvorming, rotaties en vervormingen van gebouwen

Het monitoringplan beschrijft per instrument de meetfrequentie, actieniveaus en rapportage, zodat meetresultaten direct toetsbaar zijn aan signalerings-, interventie- en grenswaarden en bruikbaar zijn voor bijsturing tijdens uitvoering.

Monitoring en toetsing aan grenswaarden

Monitoring is alleen effectief wanneer metingen worden getoetst aan vooraf vastgelegde criteria. Wij werken met een helder onderscheid tussen:

  • Signaleringswaarden: indicatie voor verhoogde aandacht
  • Interventiewaarden: momenten waarop bijsturing nodig is
  • Grenswaarden: maximaal toelaatbare waarden

Deze waarden worden projectspecifiek vastgesteld en gekoppeld aan voorspellingen, scenario’s en uitvoeringsfasen. In het monitoringplan leggen we ook vast wie beoordeelt, wie beslist en welke actie volgt per actieniveau, zodat verantwoordelijkheden vooraf helder zijn. Voorafgaand aan de uitvoering wordt vaak een nulmeting uitgevoerd om de beginsituatie vast te leggen, zodat latere metingen objectief kunnen worden vergeleken en toetsing aan signalerings-, interventie- en grenswaarden eenduidig is. 

Benodigde input

Voor een projectspecifieke monitoringstrategie hebben wij onder andere nodig:

  • Ontwerp, fasering en uitvoeringsmethode
  • Resultaten van zettings-, vervormings- en trillingsanalyses
  • Objectcategorieën en omgevingsgevoeligheid
  • Vergunningseisen en randvoorwaarden bevoegd gezag
  • Wensen ten aanzien van rapportage en frequentie

Onze aanpak

Wij werken van uitgangspunten naar aantoonbare beheersing:

  • Vastleggen van uitgangspunten, doelen, risico’s en toetscriteria
  • Bepalen van maatgevende scenario’s
  • Selectie van meetparameters en meetlocaties
  • Vaststellen van signaleringswaarden, interventiewaarden en grenswaarden
  • Onafhankelijke interpretatie van meetdata in relatie tot voorspellingen
  • Advies over bijsturing en maatregelen tijdens uitvoering

Per fase leggen wij expliciet vast welke uitgangspunten, criteria en scenario’s gelden, zodat monitoring reproduceerbaar en toetsbaar is. Meetresultaten worden op vaste momenten getoetst aan signalerings-, interventie- en grenswaarden, zodat interpretatie en besluiten navolgbaar zijn voor uitvoering, vergunning en review. Bij overschrijding van de signaleringswaarde wordt de meetfrequentie verhoogd. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt het bouwproces bijgestuurd.

Voorbeelden van bijsturing

Voorbeelden van bijsturing zijn:

  • Minder zwaar hei- of trilblok toepassen
  • Bemalingsniveau aanpassen
  • Ankervoorspanning wijzigen
  • Gefaseerd ontgraven
  • Ontlastsleuf toepassen
  • Bovenbelasting in de bouwfase beperken

Kwaliteitsborging en toetsbaarheid

Bij monitoring is het essentieel dat resultaten navolgbaar zijn. Wij borgen kwaliteit door:

  • Consistente koppeling tussen berekeningen, scenario’s en metingen
  • Eenduidige definities van signaleringswaarden, interventiewaarden en grenswaarden
  • Plausibiliteitschecks op trends en orde-grootte
  • Heldere vastlegging van uitgangspunten en interpretatie

Hierdoor ontstaat een onderbouwing die geschikt is voor review, vergunning en overdracht. Waar van toepassing sluiten wij aan op projectspecifieke eisen, vergunningvoorwaarden en gangbare richtlijnen.

Rol in de projectfase

Monitoring wordt ingezet in verschillende fasen:

  • VO en DO ter voorbereiding van randvoorwaarden
  • UO en uitvoeringsvoorbereiding
  • Uitvoering en interpretatie van meetdata
  • Evaluatie en overdracht na afronding
  • Review en second opinion bij afwijkingen of discussies

Wij stellen het toetskader en interpretatiekader op. Uitvoering van metingen kan door een onafhankelijk meetbureau worden uitgevoerd.

Wat wij opleveren

Er wordt een onderbouwd monitoringskader opgeleverd met:

  • Heldere monitoringstrategie per projectfase
  • Monitoringplan met meetlocaties, meetfrequentie en actieniveaus
  • Vastgelegde signalerings-, interventie- en grenswaarden
  • Interpretatie van meetdata in relatie tot voorspellingen
  • Advies over bijsturing en uitvoeringsmaatregelen
  • Documentatie geschikt voor vergunning en besluitvorming

Contact en advies

Heeft u een project waarbij monitoring essentieel is voor veiligheid, vergunning of uitvoering? Neem contact op voor een inhoudelijk gesprek of een gerichte quickscan.

Relatie met andere geotechnische diensten

Monitoring vormt samen met voorspelling en analyse één geheel binnen de hubpagina omgevingsbeïnvloeding. Bekijk ook het overzicht en de verwante specialistische pagina’s:

  • Omgevingsbeïnvloeding: voorspellen van zettingen en vervormingen
  • Trillingspredictie: voorspellen van trillingen bij uitvoering
  • Geotechnische risicobeheersing: integraal kader voor besluitvorming

Deze pagina beschrijft de monitoringopzet en interpretatie. De berekeningen en bandbreedtes staan op de pagina Omgevingsbeïnvloeding en het integrale risicokader op de pagina Geotechnische risicobeheersing.

Veelgestelde vragen over monitoring

Wanneer is geotechnische monitoring noodzakelijk?

Geotechnische monitoring is noodzakelijk wanneer werkzaamheden kunnen leiden tot zettingen, vervormingen, trillingen of grondwaterveranderingen die invloed hebben op belendingen, infrastructuur of veiligheid. Dit speelt vaak bij binnenstedelijke projecten, ontgravingen, bemalingen, ophogingen en projecten met vergunningseisen of strenge grenswaarden.

Wat is het verschil tussen monitoring en omgevingsbeïnvloeding?

Omgevingsbeïnvloeding richt zich op het voorspellen van zettingen, vervormingen en risico’s met berekeningen en scenario’s. Monitoring richt zich op het meten en interpreteren van deze effecten tijdens uitvoering en het toetsen aan vooraf vastgestelde grenswaarden.

Is monitoring ook relevant zonder vergunningseis?

Ja. Ook zonder expliciete vergunningseis is monitoring waardevol om onzekerheden te beheersen, uitvoeringsrisico’s te beperken en discussie over schade of aansprakelijkheid te voorkomen.

Wat levert geotechnische monitoring concreet op?

Monitoring levert inzicht in het werkelijke gedrag van grond en constructies tijdens uitvoering, ondersteunt tijdige bijsturing en zorgt voor een toetsbare en navolgbare onderbouwing richting opdrachtgever, bevoegd gezag en omgeving.

Wat staat er in een monitoringplan?

Een monitoringplan beschrijft wat wordt gemeten, waar, hoe vaak en met welke toetscriteria. Het plan bevat onder andere de doelstelling van monitoring, maatgevende risico’s, gekozen meetinstrumenten, meetlocaties, meetfrequentie, signalerings-, interventie- en grenswaarden, en de werkwijze voor interpretatie, rapportage en bijsturing tijdens uitvoering.

Welke parameters worden meestal gemonitord?

Afhankelijk van het project worden onder andere zettingen, horizontale verplaatsingen, rotaties, grondwaterstanden en trillingen gemonitord. De keuze van parameters sluit altijd aan op de maatgevende risico’s en scenario’s uit de geotechnische analyse.

Hoe wordt de meetfrequentie bepaald?

De meetfrequentie wordt bepaald op basis van het risicoprofiel, de verwachte snelheden van vervorming of zetting, de uitvoeringsfase en de nabijheid van kritieke objecten. In risicovolle of snel veranderende fasen wordt vaker gemeten, terwijl in stabiele fasen de frequentie kan worden verlaagd. De meetfrequentie sluit altijd aan op de mogelijkheid om tijdig bij te sturen.

Hoe worden meetresultaten beoordeeld?

Meetresultaten worden beoordeeld door ze te vergelijken met vooraf vastgelegde signaleringswaarden, interventiewaarden en grenswaarden. Deze toetsing gebeurt per fase en in relatie tot voorspellingen en uitgangspunten, zodat afwijkingen tijdig worden herkend.

Wat is het verschil tussen signaleringswaarden, interventiewaarden en grenswaarden?

Signaleringswaarden zijn vroege waarschuwingsdrempels: bij overschrijding dient er extra gecontroleerd en geanalyseerd te worden. Interventiewaarden zijn actieniveaus: dan dient de uitvoering bijgestuurd te worden (bijvoorbeeld fasering aanpassen of maatregelen nemen). Grenswaarden zijn de maximaal toelaatbare limieten (vaak uit vergunning of richtlijn) en mogen niet worden overschreden.

Wat doe je bij een overschrijding van een signaleringswaarde en een interventiewaarde?

Bij overschrijding van een signaleringswaarde wordt extra geanalyseerd en gecontroleerd, bijvoorbeeld door verificatie van meetdata, aanvullende metingen of vergelijking met voorspellingen en scenario’s. Er volgt nog geen ingreep, maar wel verhoogde aandacht om te bepalen of verdere toename richting een interventiewaarde te verwachten is. Bij overschrijding van de interventiewaarde volgen maatregelen.